Waarom deze veronderstelling de boodschap van je event of meeting ondermijnt.
Je zit in een vergaderzaal in Brussel. Koffie staat klaar, iedereen druppelt binnen, laptop open. Rond de tafel: collega’s uit het Nederlandstalige en het Franstalige grondgebied. Op papier is alles goed voorbereid.
En dan, nog voor je goed en wel begonnen bent, komt het moment dat bijna standaard is geworden.
Iemand stelt een vraag. Iemand anders zoekt even naar de juiste woorden. En plots zegt er iemand: “Zullen we anders in het Engels verdergaan? Dat gaat gemakkelijker.”
Iedereen knikt. We kunnen door.
Alleen … dat is vaak het begin van een meeting die wel snel verloopt, maar niet de nodige diepgang kent.
Engels helpt je vooruit, maar plaatst niet iedereen op dezelfde voet
In België zegt 58% van de bevolking dat ze voldoende Engels spreken om een gesprek te voeren.
Daarnaast kan 46% van de niet-Franstaligen zich uitdrukken in het Frans, 17% van de niet-Duitstaligen in het Duits en 13% van de niet-Nederlandstaligen in het Nederlands.
Die cijfers maken Engels aantrekkelijk als gemeenschappelijke taal: efficiënt, praktisch en ogenschijnlijk inclusief. Maar “een gesprek kunnen voeren” is niet hetzelfde als:
- je punt helder maken in een moeilijke discussie
- snel reageren op een tegenargument
- nuance leggen in iets gevoeligs
- durven onderbreken als je iets niet begrijpt
En dat is exact wat je nodig hebt in een meeting waar beslissingen moeten vallen.
Wat er in de praktijk gebeurt als je overschakelt
Het is zelden een ramp. Het blijft beleefd. Het blijft professioneel. Maar je ziet de sfeer veranderen.
1. Mensen worden voorzichtiger
In een tweede taal ga je sneller “op veilig” spelen. Kortere zinnen. Minder details. Minder nuance.
Voor een update-meeting kan dat nog, maar bij strategie, HR, budgetten of gevoelige dossiers krijg je een afgevlakte discussie.
2. De stiltes worden groter
Niet omdat mensen niets te zeggen hebben. Wel omdat ze het niet zien zitten om het in het Engels te formuleren, zeker niet als het snel moet gaan.
Je krijgt dan van die momenten waar iedereen knikt… en niemand iets vraagt. Terwijl je voelt dat er eigenlijk wel wat leeft.
3. Een paar stemmen nemen vanzelf over
De mensen die vlot Engels spreken, pakken (onbedoeld) meer ruimte. Ze sturen het gesprek, bepalen het tempo, en zetten de lijnen uit. De rest volgt.
En als je pech hebt, gaat de groep achteraf in de wandelgangen wél reageren — in de eigen taal. Dat is te laat. En dat kost je energie in de opvolging.
4. Cultuur speelt mee
Taal en cultuur hangen samen. In sommige teams is het normaal om snel en direct te reageren. In andere contexten gebeurt dat voorzichtiger, indirecter of met meer aandacht voor hiërarchie.
In een Engelstalige meeting valt dat verschil sneller op. Wie minder zeker is in het Engels, trekt zich dan makkelijker terug. En zo hoor je vooral de meest assertieve stemmen, niet altijd de beste ideeën.
5. Zwijgen is niet hetzelfde als toestemmen
Soms is stilte gewoon: ik heb het half begrepen of ik wil dit nog even checken, maar ik ga het nu niet zeggen.
Die dingen komen later terug. In misverstanden. In mailtjes. In een beslissing die opnieuw op tafel moet.
Taaltoegankelijkheid: iets dat je plant, niet iets waar je op hoopt
Als je wil dat iedereen mee is en mee praat, moet je het hen gemakkelijk maken. Dat kan op verschillende manieren, afhankelijk van je meeting.
1. Simultaanvertaling als nuance belangrijk is
Bij ondernemingsraden, stakeholdermeetings, internationale boardmeetings… wil je geen ruis op de lijn.
Met simultaanvertaling kan iedereen spreken in de taal waarin die het scherpst is, en luisteren in de taal die het snelst binnenkomt. Dat haalt de drempel weg en maakt de discussie rijker.
2. Live ondertiteling als extra steun
Live captions zijn handig als je:
- veel niet-native speakers hebt
- technische termen gebruikt
- een hybride publiek hebt
- in een ruimte zit waar het geluid nooit écht ideaal is
Je moet je format niet omgooien, maar je maakt het wél comfortabeler om te volgen.
3. AI-vertaling: slim, als je het juist inzet
AI kan een goeie aanvulling zijn om extra talen te bieden of om snel te schakelen. Maar bij gevoelige onderwerpen of discussies waar nuance alles is, blijf je best kritisch. Een machine “vertaalt”, maar “interpreteert” niet zoals een mens dat doet.
Een eenvoudige test voor je volgende meeting
Vraag jezelf dit af:
Moeten mensen gewoon kunnen volgen? Of wil je dat ze mee richting geven?
Als het tweede belangrijk is, loont het bijna altijd om taal als onderdeel van je meetingdesign te zien.
Hoe duvall dit aanpakt
Bij duvall starten we niet met een lijstje producten. We starten met je situatie.
Wie zit er in de zaal? Welke talen spelen mee? Hoe gevoelig is de inhoud? Hoeveel interactie verwacht je? Onsite, hybride, livestream?
Daarna bouwen we een set-up die logisch aanvoelt: simultaanvertaling waar het moet, ondertiteling waar het helpt, en AI waar het écht iets toevoegt.
Zodat iedereen mee is. En vooral: zodat iedereen ook durft mee te doen.


